|
|
Rasstandaard van de newfoundlanderCLASSIFICATIE F.C.I.: Groep2 Pinschers en Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden en veedrijvers Sectie 2.2 Molossers, Berghonden zonder werkproef Kort historisch overzichtHet ras ontstond, op het eiland Newfoundland, uit inheemse honden en de grote berenhond, geïntroduceerd door de Vikingen (na het jaar 1100). Met de komst van Europese vissers hielp een verscheidenheid aan nieuwe rassen, het ras te vormen en versterken ,waarbij de wezenlijke eigenschappen bewaard bleven. Met de kolonisatie van het eiland, vanaf 1610, was de Newfoundlander al grotendeels in het bezit van zijn kenmerkende uiterlijk en aangeboren gedrag. Deze kenmerken stelden hen in staat de strengheid van het extreme klimaat en de tegenwerking van de zee bij het aan land slepen van zware lasten te weerstaan of te dienen als water en reddingshond. Algemeen voorkomenDe Newfoundlander is zwaar met krachtig lichaam, goed gespierd en goed gecoördineerd in zijn bewegingen. Belangrijke verhoudingenDe lengte van het lichaam gemeten vanaf het boeggewricht tot aan de zitbeen knobbel is groter dan de hoogte van de schoft.Het lichaam is compact. Het lichaam van de teef mag iets langer zijn, en is minder zwaar dan dat van de reu. De afstand van de schoft tot de onderzijde van de borst is iets groter dan de afstand van de onderzijde van borst tot aan de grond. Gedrag en temperamentDe expressie van de Newfoundlander weerspiegelt welwillendheid en zachtheid. Zijn uitstraling is waardig opgewekt en creatief. Hij staat bekend om zijn onvervalste zachtmoedigheid en rust. HoofdMassief. Het hoofd van de teef is als dat van de reu maar minder massief. AchterhoofdSchedelBreed met licht gewelfd schedeldak en sterk ontwikkelde achterhoofdsknobbel. StopDuidelijk aanwezig, maar nooit geprononceerd.
AangezichtNeusGroot, goed gepigmenteerd, neusvleugels goed ontwikkeld. Kleur: zwart bij zwarte en wit-zwarte honden, bruin bij bruine honden. VoorsnuitDuidelijk vierkant, diep en matig kort, bedekt met kort fijn haar en vrij van plooien. De mondhoeken zijn zichtbaar, maar niet te uitgesproken. LippenZacht. GebitScharend of tanggebit. OgenBetrekkelijk klein, matig diepliggende ze staan ver uitéén en tonen geen uitgezakt ooglid. Kleur: donkerbruin bij zwarte en wit-zwarte honden. Lichtere schakeringen bij bruine honden toegestaan. OrenBetrekkelijk klein, driehoekig met ronde punten, goed naar achteren geplaatst en aanliggend tegen de zijkant van het hoofd. Wanneer het oor van de volwassen hond naar voren wordt gebracht, dan reikt het tot de binnenhoek van het oog aan dezelfde kant.
HalsSterk, gespierd, goed in de schouders overgaand en lang genoeg om het hoofd waardig te dragen. De hals mag geen overdadige keelhuid tonen. LichaamHet gehele skelet is zwaar. Gezien van opzij is het lichaam diep en krachtig. BovenbelijningVlak en stevig vanaf de schoft tot aan het kruis. RugBreed. LendenenStevig en goed gespierd. KruisBreed, hellend onder een hoek van ongeveer 30 graden. BorstBreed, vol en diep met goed gewelfde ribben. Buik- en onderbelijningBijna horizontaal en nooit opgetrokken.
LedematenVoorhandDe voorbenen zijn recht en evenwijdig, ook als de hond in stap gaat of langzaam draaft. SchoudersZeer goed bespierd en goed schuin geplaatst. EllebogenGoed aangesloten aan de borst. MiddenvoetenIets schuin. VoorvoetenGroot, en in verhouding tot het lichaam mooi rond en compact met stevige gesloten tenen. Vliezen tussen de tenen zijn aanwezig.
AchterhandOmdat stuwkracht voor het trekken van lasten, voor het zwemmen of om doelmatig voort te bewegen voornamelijk afhankelijk is van de achterhand, is de bouw van de achterhand van de Newfoundlander van het grootste belang. Het bekken moet daarom sterk, breed en lang zijn. BovenbenenBreed en gespierd. KniegewrichtGoed gehoekt, maar niet zodanig dat het een gedrukte verschijning oproept. OnderbenenKrachtig en tamelijk lang. HakkenBetrekkelijk kort, goed laag, goed uiteen en evenwijdig aan elkaar; ze draaien nooit naar binnen, noch naar buiten. AchtervoetenStevig en goed gesloten. Hubertusklauwen, indien aanwezig, dienen te zijn verwijderd.
StaartDe staart fungeert als een roer wanneer de Newfoundlander zwemt. Daarom is hij sterk en breed bij de aanzet. Staat de hond, dan hangt de staart omlaag met misschien een lichte buiging aan het eind en reikt tot op of iets onder de sprong. Wanneer de hond gaat of opgewonden is, dan wordt de staart recht naar achteren met een lichte opwaartse bocht gedragen, maar nooit over de rug gekruid of tussen de benen gebogen. Gang en bewegingDe Newfoundlander beweegt met goed uitgrijpen van de voorbenen en met een sterke stuwkracht vanuit de achterhand,daarbij de indruk gevend van moeiteloos vermogen. Een lichte rol van de rug is normaal. Indien de snelheid toeneemt neigt de hond naar éénsporigheid waarbij de bovenbelijning vlak blijft. VachtHaarDe Newfoundlander heeft een waterafstotende dubbele vacht. De bovenvacht is tamelijk lang en sluik zonder krul. Een lichte golving is toegestaan. De ondervacht is zacht en dicht, dichter in de winter dan in de zomer, maar altijd in zekere mate aanwezig op kruis en borst. Het haar op het hoofd, de voorsnuit en oren is kort en fijn. De voor- en achterbenen zijn bevederd. De staart is volledig bedekt met lang dicht haar, maar vormt geen vlag. Trimmen en bijknippen wordt niet aangemoedigd. KleurZwart, wit-zwart en bruin. - Zwart: de traditionele kleur is zwart. De kleur moet zoveel mogelijk egaal zijn, maar een lichte zweem van bruin is toegestaan. Witte aftekeningen op borst, tenen en/of staartpunt zijn toegestaan.
- Wit-zwart: deze variëteit is van historische betekenis voor het ras. Voor de aftekening gaat de voorkeur uit naar een zwart hoofd met bij voorkeur een witte bles doorlopend tot op de voorsnuit, een zwart zadel met gelijke aftekeningen en een zwart kruis en het bovenste deel van de staart. De overige delen van het lichaam moeten wit zijn en mogen een minimale "ticking" vertonen.
- Bruin: de bruine kleur loopt van chocolade- tot bronskleur.
Witte aftekeningen op borst, tenen en/of staartpunt zijn toegestaan.
Wit-zwarte en bruine honden moeten in dezelfde klasse worden voorgebracht als de zwarte. Grootte en gewichtDe gemiddelde schofthoogte is: - voor volwassen reuen: 71 cm (28 inches)
- voor volwassen teven: 66 cm (26 inches).
Het gemiddelde gewicht is: - voor reuen: ongeveer 68 kg
- voor teven: ongeveer 54 kg.
Groot formaat is gewenst, maar mag niet worden bevoordeeld boven verhoudingen, algehele "soundness", zware bouw en correct gangwerk. FoutenIedere afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de ernst waarmee de fout moet worden beoordeeld is recht evenredig met de mate van de fout. - Algemene verschijning: hoogbenigheid, gebrek aan massa.
- Algemene botstructuur: plompe verschijning, fijn bone.
- Karakter: agressiviteit, schuwheid.
- Hoofd: smal.
- Voorsnuit: puntig of lang
- Lippen: geprononceerd.
- Ogen: rond, uitpuilend, gele ogen, uitgezakt onderooglid
- Rug: karperrug, zwakke of doorgezakte rug
- Staart: kort, lang, knikstaart, gekruld uiteinde
- Voorhand: zwakke middenvoet, spreidtenen, naar binnen of buiten draaien van de voorvoeten, ontbreken van de vliezen tussen de tenen
- Achterhand: steile knieën, koehakken, O-benen, naar binnen gedraaide voeten
- Gang/beweging: dribbelen, sloffen, krabben, te nauw gaan, breien, kruisen, naar buiten of opvallend naar binnen draaien van de voorvoeten, extreem optrekken van de voorbenen, telgang.
- Haar: geheel open vacht, gebrek aan ondervacht.
Uitsluitende fouten- slecht karakter
- boven- of ondervoorbeet, scheve kaak
- korte en vlakke vacht
- aftekening anders dan wit bij een zwarte of bruine hond
- elke andere kleur dan zwart, wit-zwart of bruin.
N.B. Mannelijke dieren moeten twee duidelijk normale testikels hebben, die geheel in het scrotum zijn ingedaald.
|
Huidige taal

Other languages / Andere Sprachen


|